11 novemberherdenking

12 oktober 1894 is een blije dag in een bescheiden werkmanswoning aan de Zwanestraat.
Camiel Glas, 28 en fabriekswerker, en Mathilde Verhaeghe, 27 en één van de 1200 kantwerksters
toen in Ingelmunster, verwelkomen hun tweede kindje. Dochtertje Maria was een jaartje eerder gekomen,
de 3de mei '93, net drie maand na hun trouwdatum. Later komen er nog een broertje en een zusje bij.
 
Het jongste, Gabriella, is nauwelijks drie jaar oud als Cyriel, drie weken voor zijn twintigste
verjaardag, op 22 september 1914 met een groep van 30 Ingelmunsterse jongens van de klasse 1914
opgeroepen wordt. Drie dagen later start hij als soldaat met stamnummer 52-728 zijn opleiding
in het Centre d'Instruction van het eerste Grenadiersregiment in Pâlogne, een dorpje op tien
kilometer van Durbuy. Op 16 oktober is Cyriel Glas terug in de streek en wordt hij ingezet
in de loopgraven bij Diksmuide, waar de twee regimenten Grenadiers van het Belgisch leger
na zware verliezen en eerdere veldslagen samengesmolten zijn tot één.
 
Cyriel mag midden februari 1915 mee genieten van de drie weken 'grand repos' die het regiment
krijgt in De Panne. Het zijn hun laatste mooie dagen. Op 9 maart gaat het naar Oostvleteren,
waar het Belgische regiment vanaf de 12de een Franse legerafdeling aflost bij Steenstraete.
De Belgen richten hun zone opnieuw in, graven bijkomende loopgraven. Voor Cyriel is het
een terugkeer naar de ondertussen vertrouwde oorlogsroutine. Er is geen enkel teken dat erop
wijst dat de dag nadert waarop de naam Steenstraete een blijvend symbool
van afschuw en verschrikking zal worden...
 
Voor geen enkele Ingelmunsternaar is dat jaar een droeviger lot weggelegd dan voor Cyriel Glas.
Kort voor zijn 20ste verjaardag wordt hij gemobiliseerd. Nauwelijks een half jaar later
is hij de enige Ingelmunsternaar die mee aan de frontlinie staat wanneer de Duitsers
op 22 april 1915 het begrip 'chemische oorlogsvoering' uitvinden met de eerste gasaanval
bij Steenstraete. Cyriel overleeft, maar sneuvelt op 17 mei, de laatste dag van de Tweede Slag
bij Ieper. Zijn lichaam wordt nooit teruggevonden, een graf heeft hij niet.
Alleen een wel heel symbolische waardering van de Belgische Legeroverheden.